Zwelgje

Zwelgje

Door Mirjam
Zwelgje

Vaag hoor ik een bekend geluid. Ik hou niet van het geluid. Eigenlijk haat ik het geluid. Opmerkelijk is, dat ik me niet zo geslacht voel zoals altijd, als ik het geluid hoor. Het geluid wordt gedempt door drie kussens. Ja, zelfs tijdens mijn slaap heb ik de meest vernuftige ideeën. Ik graai onder de kussens en pak mijn telefoon om die mechanische haan de snavel te snoeren. “Even kijken hoe lang ik ga snoezen” want ja meteen opstaan en de maatschappij in trek ik echt niet. Ruk! Fuck! Duck! Nee! Gans! Dat ding staat twee uur te laat! Ik schiet uit het donzen nest. Adrenaline tot de max. Wat eerst? Ontbijten onder de douche. Ik krijg geen hap door mn keel. Gelukkig kan ik het wegspoelen. Win win actie. Snel eronder vandaan. Niet afspoelen, geen tijd.

Glibberend door het huis struikel ik over de naaldhakken en rondslingerende bloed-ordinaire setjes. Oh nee dat had ik gedroomd. Te laat komen is niet mijn stijl. Dat heb ik van m’n moeder. Die is nog georganiseerder dan het Duitse leger. Ik stier door het huis. Ik zie alles in zwart/wit en dat heeft het effect van een rode lap. Woester en woester word ik omdat het zo’n zwijnenstal is waar ik niemand de schuld van kan geven dan mezelf.Waar is alles? Mijn half Latijnse bloed kookt bijna over. Dan belt m’n zus. Dat is een mooie gelegenheid om te schelden en te tieren(tegen een derde is toch fijner) dat ik weer alles kwijt ben en het ergste nog mijn telefoon! Ook zij kan niet geloven dat ik het ding weer kwijt ben. Ondertussen ga ik de kledingkast in. Dan komt de te grote hamvraag. Zit er in godsnaam nog iets in wat ik pas behalve die herentrainingsbroek en m’n Vicky Pollard verkleedkleding? Na een wilde worstelpartij heb ik een broek in de houtgreep en weet me erin te wurmen. Hmm, zijn leggings nou uit of in? Weet ik veel. Ook hier geen tijd voor om over na te denken. Ik moet de auto in.

Met gierende banden richting waar ik wezen mot. Zonder Tom Tom zou ik niet eens weten welke kant op als ik mijn straat uitrij. He wat ben ik toch nukkig. Dan voel ik m’n tot galameloenen opgezwollen voorgevel. Ach ja natuurlijk. En vandaar dat ik me voel als Zwelgje met diens humeur. Om penisnijdig van te worden! Gelukkig kan ik wel multitasken ( inmiddels ook niet meer dan een sigaret roken en tegelijk roddelen over de buren). Eet ik gezond. Perziken van Haribo is ook fruit toch? En kan ik onwijs goed over gevoelens praten. Zing het anders. Ja of je schrijft het op. Goeiemorgen wat ben ik blij dat ik een vrouw ben! Als je begrijpt wat. Ik bedoel maar. "Hallo? Ben je er nog? Ik moet hangen ok? Ik ben te laat en moet NU mijn telefoon gaan zoeken. Spreek je later. Dikke kus."