Sissies

Sissies

Door Jeske
Sissies

Pit. Zo noem ik haar, mijn zus. Pit is anderhalf jaar ouder dan ik. Soms vraag ik me wel eens af, of één van ons twee een kind van de melkboer is. We lijken echt helemaal niet op elkaar. Niet qua uiterlijk, en ook niet qua karakter. Pit is wit. Ze heeft kastanjerood haar, krullend. Donkerbruine ogen, en haar hele gezicht zit vol met speelse sproetjes. Ze heeft een spleetje tussen haar voortanden, net als Madonna. En als klap op de vuurpijl heeft ze niet achteraan gestaan, if you know what I mean: ‘Ze’ zijn HUGE!! Al met al een hele mooie, aparte verschijning. Ik daarentegen, ben een beetje getint. Ik ben niet heel donker, maar Pit leek naast mij haast doorzichtig wanneer we vroeger op vakantie gingen. Ik heb bruin haar, nogal sluik, groene ogen, en ik ben gezegend met een enkele sproet.

Ik heb nogal een klein mondje met erg weinig ruimte voor mijn kiezen en tanden. Twee verstandskiezen eruit gesneden, Vier kiezen eruit getrokken en een blokjesbeugel. Dat vond Pit wel zielig voor mij. Wat ze ook zielig voor me vond, was dat ik duidelijk wél achteraan heb gestaan in de rij, of misschien wel ben overgeslagen. Twee erwten op een plankje. Ze vond het zó oneerlijk dat ze niet gewoon een beetje van haar, aan mij kon geven. Dat vond ik lief. Vroeger beschermde Pit mij altijd. Zo barricadeerde ze de ingang van de glijbaan in de crèche, zodat ik op mijn gemakje naar boven kon klimmen en lekker kon glijden. Als tegenprestatie overtuigde ik Pit met een paar schouderklopjes ervan dat overgeven ‘ok’ is als je ziek bent. Ze durfde namelijk nooit. In onze middelbare schooltijd, merkte ik dat er meerdere mensen waren die Pit een knappe verschijning vonden. Voornamelijk jongens.

Pit was echt populair. Ze kreeg liefdesbrieven, kadootjes, ontbijtjes op bed per koerier (!!!) en veel verkering natuurlijk. Ik was wat minder populair, althans, wat meer op mezelf. Dat was van korte duur, want zoals altijd sleurde Pit me mee naar al haar verkeringen en vriendinnen. Pit was heel ijverig. Een harde werkster en een voorbeeldige student. Pit probeerde me hierin mee trekken. Ze regelde alles voor me. Bijbaantjes, haar werkboeken Frans, andere werkstukken, en soms probeerde ze me te koppelen aan een jongen die ze kende. Ik voelde me dan toch wel anders dan Pit. Het bijbaantje in de spoelkeuken vond ik drie keer niks. Frans haalde ik wel, maar gewoon omdat ik het overschreef van Pit. En ja, jongens… Dat klikte ook niet zo. Ik ben dromerig, en liever lui dan moe. Pit was helemaal bij de tijd. Ze had plateauschoenen, een lijntje om haar lippen getekend, en truitjes waar je het decolleté niet kon negeren. Van haar multiculti vriendengroep leerde ze de turkse taal en de sierlijke dansbewegingen. Zelfs dacht ze nog even dat de Koran wel bij haar paste. Natuurlijk mocht ik overal mee naar toe en ik keek haar dansmoves bij haar af. Tot op de dag van vandaag ben ik haar daar nog dankbaar voor. Zoveel beter dan het ‘hossen’.

Nu, zoveel jaren later, zijn we allebei geworden wie we horen te zijn. Allebei gelukkig, maar nog steeds verschillend. Pit is inmiddels getrouwd met een blonde man, en heeft een prachtig kindje gekregen. Ze woont in een dorp, ergens in the middle of nowhere, waar nog niet eens het OV komt. Iedere zondag gaat ze naar de Nederlands-Indische Kerk, waar ze veel voor de gemeenschap betekent. Tegenwoordig vraagt mijn zus wel eens kledingadvies aan mij, of tips om de inmiddels wat gedateerde dansmoves op te frissen. Ik ben supertrots op mijn zus. Ik had me geen betere ‘grote’ zus kunnen wensen. Ik denk dat Pit ook niet echt te klagen had, want de rol van het kleine opstandige zusje vervulde ik prima. Een van de weinige overeenkomsten die we hebben, maar zeker één van de belangrijkste, is dat we er altijd voor elkaar zijn. We accepteren elkaar. Het maakt niet uit wie of wat we zijn, we houden gewoon onvoorwaardelijk van elkaar. Zoet, maar waar. Don’t mess with the sissies!! X