Praatpaal

Praatpaal

Door Desiree
Praatpaal

Soms lijkt het alsof het letterlijk op mijn voorhoofd staat geschreven. ‘VVV kantoor’, ‘landelijk informatiepunt’, of nog erger ‘praat tegen mij.’ In de supermarkt, in de kroeg of gewoon op straat. Is het mijn lieflijke uitstraling? Rode haar? Grote hertenogen? Ik weet het niet, maar mensen beginnen zo vaak tegen mij aan te praten, dat ik er soms tegenop zie om de deur uit te gaan. Zo ook afgelopen zaterdag toen ik bedacht om mijn oma te bezoeken en op de terugweg een rolgordijn op te halen in de Mega Stores. Een tijdrovende bezigheid met de tram. Nu is die tram niet het probleem maar ik word al moe bij de gedachte aan alle verhalen die ik ongevraagd zou moeten aanhoren tijdens deze reis. Alle vormen van ov en de bijbehorende haltes zijn namelijk een walhalla voor mensen die hun verhaal kwijt moeten.

En ja hoor, ook op deze regenachtige zaterdag is het weer raak. Nog geen minuut sta ik in het tramhokje te wachten op tram 1 richting Delft als er twee dames op leeftijd naast mijn komen staan. ‘Mevrouw is dat tram 16 die daar aan komt rijden?’ ‘Mijn vriendin en ik zijn beide onze bril vergeten.’ ‘Nee mevrouw dat is niet tram 16, maar een tractor.’ is hierop mijn antwoord. De dames zien hun kans schoon en steken een heel verhaal af. Helaas niet tegen elkaar maar tegen mij. Tegen de tijd dat tram 16 eindelijk de bocht door komt weet ik dat de Indische dame graag bij de Chinees eet, maar dat de soep van gisteren haar te zuur was. Haar vriendin heeft een kleinzoon die nu vakantie viert in Jeruzalem waar het 27 graden is. Als ik even later in tram 1 stap zie ik het direct. Alle eenpersoonsbankjes zijn bezet. Ik ga op een tweepersoonsbankje zitten. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. De dame die naast mij plaats neemt is net ontslagen, zit emotioneel met zichzelf in de knoop en is nu op weg naar haar broer. Dat ik de gehele reis van 45 minuten lang niets zeg en alleen zo nu en dan uit beleefdheid knik lijkt de ietwat smoezelig uitziende dame niet eens op te merken. Zij kan in ieder geval haar verhaal kwijt. Ik kan geen kant op.

Eenmaal in Delft aangekomen, besluit ik vis te halen voor mijn oma. Bij de visboer ben ik de enige klant. De visboer merkt op dat het vandaag rustig is en gebruikt zijn tijd om mij uit te leggen waarom je vis eigenlijk zo koud mogelijk moet bewaren. Beleefd doe ik alsof ik luister. Tegen de tijd dat de visboer is uitgepraat, is niet alleen mijn makreel dubbel gerookt, maar heb ikzelf ook het kookpunt bereikt. Op de terugweg van mijn oma naar de Mega Stores, waar ik het rolgordijn ga ophalen is het weer raak. Weer zijn de eenpersoonsbankjes bezet, weer ga ik op een tweepersoonsbankje zitten en weer gaat er een dame naast me zitten. ‘Rijdt deze tram door naar Scheveningen?’ vragen haar knalroze gestifte lippen mij. Mijn korte ‘ja’ gesnauw deert haar niet. Ze woont in het oosten van het land, is nu op visite bij familie en op weg naar een museum voor het bezichtigen van een tentoonstelling waar ik de naam direct weer van vergeet. Er volgt een opsomming van alle toeristische bezienswaardigheden die Den Haag te bieden heeft. Een uur, twee kloppende oren en gewapend met een rolgordijn van 1,90 verder stap ik op Den Haag Centraal over op tram 6 die mij naar huis gaat brengen. Zodra ik het perron op loop zie ik hem al kijken. Er staan nog zeker 20 mensen op de tram te wachten maar deze meneer loopt doeltreffende op mij af. ‘Mevrouw weet u ook welke tram er naar Voorburg gaat?’ Ik kijk naar mijn rolgordijn om er zeker van te zijn dat hier niet per ongeluk ‘HTM informatiepunt’ op staat.

Tot mijn opluchting blijkt dit niet het geval te zijn en ik wijs de meneer het juiste perron. Eenmaal aangekomen op mijn laatste plaats van bestemming, stap ik de tram uit. Ik snel mij met het rolgordijn stevig onder de arm naar huis. Ik doe de deur open en knal hem achter mij dicht in het slot. Zo, vandaag ga ik echt de deur niet meer uit.