Mijn vrouw is gelukkig met mij

Mijn vrouw is gelukkig met mij

Door Linda
Mijn vrouw is heel gelukkig met mij (deel 1)

"Ik weet niet of ik nog wel van je houd," zegt Bart, terwijl hij uit het raam staart. Voor het eerst durft hij deze zin hardop uit te spreken. Weliswaar in de woonkamer waar hij alleen is, maar toch. Bart bedenkt dat hij overtuigender moet zijn: "Ik houd niet meer van je," zegt hij zonder enige aarzeling en met luide stem. Dat klinkt definitiever. Precies zo als hij het bedoelt.

Elke vrijdagmiddag werkt Bart als vrijwilliger achter de bar van de tennisclub. De  hele week kijkt hij hier naar uit. Hij vermaakt zich prima met zijn taken achter de bar. Hij maakt een praatje en slaat af en toe zelf ook een balletje om de dagelijkse sleur even te doen vergeten. Zijn vrouw heeft een hekel aan tennis. Bovendien bestempelt zij de leden van de vereniging als decadente VVD'ers die alleen maar willen laten zien waar het geld zit. Zijn vrouw, op wie hij eenentwintig jaar geleden smoorverliefd werd en volmondig "ja, ik wil" tegen zei, is zijn totale tegenpool. Ze worden altijd omschreven als het ideale koppel, dat het beste in elkaar naar boven brengt. En dit dacht Bart ook. Tot hij Ellis ontmoette.

Ellis stapte met ferme stappen richting de bar, waar zij een Chardonnay bij hem bestelde. Ze was licht bezweet en ging gekleed in een wit tennispakje. Deze zat strak, maar mooi om haar lijf, waardoor hij zijn ogen maar niet van haar af kon houden. Het bijpassende, witte zweetbandje zat modieus in haar donkere haar verweven. Zo kwamen haar donkere krullen goed tot hun recht. Het deed hem verlangen. Verlangen naar een nieuw leven.

Voordat hij Ellis ontmoette, dacht Bart best gelukkig te zijn. Maar heel het weekend had hij teruggedacht aan de mooie Ellis. Na hun gesprek, besefte Bart des te meer dat hij en zijn vrouw te verschillend zijn. Door de jaren heen waren er zoveel vaste patronen in hun huwelijk gesleten, dat hij zich afvroeg wie hij eigenlijk is. Zo trekt hij al jaren de door zijn vrouw uitgekozen en klaargelegde kleding aan. Ze gaan jaren achtereenvolgend kamperen in Frankrijk, terwijl zijn vrouw weet dat hij verre reizen buiten Europa wil maken. Maar vliegen is vanwege ‘het milieu’ geen optie voor zijn vrouw. Bart vindt kamperen verschrikkelijk, maar volgzaam als hij is gaat hij elk jaar weer, trouw met haar mee. Zijn vrouw is linkser dan links en heeft kritiek op alles wat maar met luxe te maken heeft. Ze steekt dit niet onder stoelen of banken. Menigmaal schaamt hij zijn ogen uit zijn kop als zij op een verjaardag weer eens biologisch afbreekbare producten aanprijst, alsof zij hier marktaandelen in heeft. Hij krijgt zelfs buikpijn als hij terugdenkt aan de politieke discussies, waar zijn vrouw regelmatig in verwikkeld raakt. Waar ze fel uithaalt naar alles wat maar rechts klinkt. Het doet hem steeds meer verlangen naar Ellis. Verlangen naar verre reizen, naar dure en luxe hotels, samen met haar.

Weken gingen voorbij, waarin Bart weer durfde te dromen. Dromen die hij, tijdens de vrijdagmiddagen met Ellis kon uitspreken. Zij luisterde naar hem en gaf hem vertrouwen. Dat deed zijn vrouw al jaren niet meer. Ellis gaf hem het gevoel weer te leven en iemand te zijn, iemand wiens mening er toe deed. Hij realiseerde zich dat het huwelijksbootje waar hij en zijn vrouw toentertijd samen instapten, afdreef naar niemandsland. Op zinken na dood. Hij wist dat hij niet genoeg meer van haar hield.

Als zijn vrouw straks thuis komt uit haar werk zal hij het haar vertellen. "ik houd niet meer van je" oefent hij nog één keer hardop. Tegenstrijdige gevoelens overheersen. Enerzijds voelt hij zich trots en bevrijd: hij durft voor het eerst sinds jaren zelf een keuze te maken. Hij verruilt het niemandsland voor de verre oorden die hij al zo lang wilt bezichtigen. Nog heel even en niets en niemand staat hem meer in de weg. Hij is straks vrij om zijn dromen te verwezenlijken. Anderzijds voelt hij angst. Bang voor wat komen gaat. Hoe je het ook went of keert, hij is al eenentwintig jaar met haar getrouwd. Bart is zich er dondersgoed van bewust dat ook hij heeft bijgedragen aan het voortkabbelen van hun afgedreven bootje. Al die jaren heeft hij nooit met zijn vuist op tafel geslagen, heeft hij haar nooit verteld wat hij wil en wat hij belangrijk vind. Hij heeft domweg nooit durven zwemmen. Het was al moeilijk genoeg om zijn hoofd boven water te houden.

Na zijn ontmoetingen met Ellis wil hij niets liever dan zwemmen, zelfs watertrappelen als het moet. Zijn vrouw kan elk moment thuis komen. Dan waagt hij eindelijk de sprong in het diepe. "Ik houd niet meer van je". Hij oefent eindeloos hardop. Hij hoort dat ze haar fiets in de schuur zet. Hij schraapt nog net voordat ze binnen komt zijn keel. De sleutel wordt in het slot gedraaid. De sleutel van hun jaren-dertigwoning, waar ze al die tijd zo ‘gelukkig’ wonen. Eenentwintig jaar huwelijk flitst aan Bart voorbij. Nog heel even en hij is weer iemand, iemand die er toe doet. Zijn hart bonst bijna uit zijn borstkas. De houten vloer maken haar voetstappen in de hal goed hoorbaar. Het duurt niet lang meer voordat ze de woonkamer binnenkomt. Dit is het moment.

Nog voordat hij wat kan zeggen is zijn vrouw hem voor: "Bart, doe jij even je beige ribbroek en je sandalen aan; we zijn uitgenodigd door Tom en Frederique. We gaan eten bij dat nieuwe biologische restaurantje". Met gebogen schouders, volgzaam als altijd, loopt hij de trap op om zijn broek en sandalen uit de kast te halen. Wellicht vertelt hij het haar morgen.

Ongezout Linda K.